“Ik denk dat ik de eer zal hebben Cuba in te nemen; ik denk dat ik ermee kan doen wat ik wil,” verkondigde de autocratische Donald Trump in een van zijn imperiale verklaringen. Dit volgde op zijn ontvoering van de Venezolaanse president Nicolás Maduro in januari, gevolgd door Trump’s luchtblitzkrieg op Iran en zijn dreigement om de gehele “beschaving” van dat land te vernietigen.
Cuba is de volgende op zijn lijst van beoogde koloniale veroveringen. De nieuwe president van Venezuela, Delcy Rodríguez, die met veel plezier aan het hoofd staat van wat Trumps marionettenregime is geworden, voldeed aan Trump’s eis om de cruciale levering van Venezolaanse olie aan Cuba stop te zetten. In combinatie met het moorddadige, verscherpte embargo van het Amerikaanse imperialisme is dit een effectieve blokkade van de verlamde economie van het eiland.
De verscherping van het embargo heeft verwoestende gevolgen voor de toch al door crisis geteisterde Cubaanse economie. De prijs wordt, net als in Iran, betaald door de Cubaanse bevolking. De apotheken zijn leeg. Het eens zo geprezen Cubaanse gezondheidszorgstelsel staat op instorten, nu levensreddende behandelingen worden stopgezet door een gebrek aan brandstof. Chemotherapie voor kankerpatiënten, dialyse voor nierpatiënten en andere cruciale behandelingen en vaccinaties worden uitgesteld of geannuleerd. Ondervoeding en een ineenstorting van de openbare gezondheidszorg hebben geleid tot een toename van virusziekten. Sinds afgelopen herfst zijn tienduizenden getroffen door chikungunya, dengue en oropouche.
Er worden voedseltekorten gemeld en duizenden mensen worden nu bedreigd door ondervoeding. Het embargo van Trump veroorzaakt letterlijk dood en uithongering onder de Cubaanse bevolking. Benzine wordt nu in Havana verkocht voor 40 dollar per gallon (bijna 10 euro per liter)! Stroomuitvallen duren langer. Het toerisme, de afgelopen jaren een cruciaal onderdeel van de economie, is tot stilstand gekomen door het embargo en doordat vliegtuigen niet meer bij kunnen tanken als ze Cuba al bereiken. Het regime heeft zonne-energie gebruikt, grotendeels geleverd door China, om het verlies aan op olie gebaseerde energievoorzieningen te compenseren.
Vóór de revolutie in 1959 en de omverwerping van het kapitalisme die daarop volgde in 1961, toen Fidel Castro het ‘socialistische’ Cuba uitriep, was het eiland speeltuin en bordeel voor de rijken en machtigen van de VS, inclusief de maffia. Na de revolutie verdween de prostitutie. Nu is ze teruggekeerd, wat de contrarevolutie en het kapitalistische herstel illustreert dat zich ontvouwde en nu in een versneld tempo plaatsvindt.
Een van de verworvenheden van de Cubaanse revolutie, die het gevolg was van de omverwerping van het kapitalisme, was de opbouw van het ooit zo geprezen gezondheidszorgstelsel. Het Cubaanse regime besteedde 20% van de staatsbegroting aan gezondheidszorg; twee keer zoveel als het wereldwijde gemiddelde. Als gevolg daarvan waren de levensverwachting en de kindersterfte tot aan COVID meer dan vergelijkbaar met die in westerse kapitalistische staten. In 2018 bedroeg de kindersterfte vier per duizend – lager dan in de VS.
Dit ondanks de verwoestende gevolgen van de ineenstorting van de voormalige Sovjet-Unie in 1992 en het verlies van de subsidies die daaruit naar Cuba vloeiden. Ondanks wat Fidel Castro de daaropvolgende “speciale periode” noemde, slaagden het Cubaanse regime en zijn genationaliseerde, planeconomie er ongelooflijk genoeg in om tegen alle verwachtingen in stand te houden. Maar nu liggen de zaken heel anders. Tegen 2025 was de kindersterfte meer dan verdubbeld tot tien per duizend – het dubbele van dat in de VS.
De wraakzuchtige Trump heeft nu landen die duizenden Cubaanse artsen toelaten met sancties gedreigd, om de buitenlandse inkomsten van de Cubaanse regering verder te verminderen.
Drie orkanen hebben het eiland geteisterd, waardoor een miljoen mensen ontheemd zijn geraakt. De beperkte hulp uit de VS werd alleen via de katholieke kerk verdeeld, wat de inspanningen van de staat om enige hulp te organiseren belemmerde. De wraakzucht van Trump en zijn reactionaire regime lijkt geen grenzen te kennen.
De gezondheidszorg en andere verworvenheden van de revolutie zijn systematisch vernietigd. Dit gebeurde al vóór Trump’s aanval op Cuba. Toch is het proces dramatisch versneld sinds Trump’s sancties werden aangescherpt. Het regime voerde steeds meer markt- en kapitalistische maatregelen in, terwijl de bureaucratie wanhopig probeerde een uitweg te vinden uit de economische en sociale crisis. Dit proces versnelt nu snel naarmate de contrarevolutie en de kapitalistische restauratie aan kracht winnen.
De Cubaanse revolutie
De Cubaanse revolutie in 1959/61 resulteerde in de omverwerping van het kapitalisme en het grootgrondbezit. Ze genoot de massale steun van de Cubaanse bevolking en internationaal enthousiaste steun onder de arbeidersklasse en de socialistische linkse beweging. Ze leidde tot enorme verworvenheden voor de Cubaanse massa’s. Maar het karakter van de revolutie, geleid door een relatief klein guerrillaleger in plaats van door collectieve actie van de arbeidersklasse, resulteerde in de vestiging van een bureaucratisch regime, en niet in een regime van arbeidersdemocratie zoals aanvankelijk het geval was na de Russische revolutie in oktober 1917
Hoewel er aanvankelijk op lokaal niveau in Cuba wel enkele elementen van arbeiderscontrole bestonden, was het een bureaucratisch regime dat grotendeels was gemodelleerd naar wat er toen in de voormalige USSR bestond. Het was echter enorm populair en had diepe sociale wortels, wat een cruciale reden was waarom het regime erin slaagde zo lang stand te houden na de ineenstorting van de voormalige USSR.
Fidel Castro en de andere leiders van de 25 juli-beweging beschouwden zichzelf, in tegenstelling tot Che Guevara, niet als socialisten. Raúl Castro maakte geen deel uit van de leiding van de 25 juli-beweging, maar was al op jonge leeftijd lid geworden van de Jonge Communisten. Na de revolutie werd hij opgenomen in de leiding en onderhield hij de contacten met de stalinistische bureaucratie in de USSR. De leiding van de 25 juli-beweging werd erto’ gedreven om het grootgrondbezit en het kapitalisme omver te werpen, en raakte onder druk van de massa’s en de onverzettelijke oppositie van het Amerikaanse imperialisme in de invloedssfeer van de USSR. (voor meer achtergrondanalyse zie Tony Saunois’s Che Guevara: Symbol of Struggle – Left Books en Cuba, Socialism & Democracy, Peter Taaffe – Socialist World Media-shop). Het ‘socialistische’ regime van Cuba wekte de bittere vijandschap en oppositie van het Amerikaanse imperialisme op, wat resulteerde in honderden moordcomplotten tegen Castro en mislukte pogingen om het regime omver te werpen.
In een wanhopige poging om te overleven en het isolement en de impasse te doorbreken waarin de Cubaanse regering zich eind jaren negentig bevond, werden enkele kapitalistische maatregelen ingevoerd. Deze ondergaan nu een kwalitatieve verandering. Trump en het Amerikaanse imperialisme spelen hier nu op in en streven ernaar in Cuba een marionettenregime te installeren dat hun wil zal uitvoeren. In plaats van een volledige militaire interventie te lanceren, willen Trump, Rubio en hun entourage herhalen wat ze in Venezuela hebben bereikt, maar dan zonder ontvoering.
Bolivariaanse revolutie
In Venezuela vormde de door Hugo Chávez geleide ‘Bolivariaanse revolutie’ een politieke, maar geen sociale revolutie. Ze wierp de heersende machten omver en zuiverde het staatsapparaat, inclusief het leger. Ze maakte serieuze inbreuken op kapitalistische belangen en voerde, op basis van de olie-inkomsten, belangrijke hervormingen door. Het kapitalisme werd echter niet omvergeworpen, ondanks dat Chávez uiteindelijk een ‘socialistische’ revolutie uitriep. De bureaucratische methoden van bovenaf waren vergelijkbaar met die van het Cubaanse regime. Corruptie en wanbeheer namen toe en er ontstond een nieuwe heersende klasse, de zogenaamde ‘Bolibourgeoisie’.
Na de dood van Chávez in 2013 en de daling van de olie-inkomsten versnelden de corruptie, de onderdrukking en de economische crisis snel, nog verergerd door de sancties die door het Amerikaanse imperialisme werden opgelegd. De aanvankelijke massale steun voor de ‘revolutie’ brokkelde af naarmate de economische en sociale crisis dramatisch verslechterde. Miljoenen mensen ontvluchtten het land als gevolg daarvan (voor meer achtergrondinformatie zie Venezuela’s Bolivarian Revolution – Lessons for the New Global Era of Populism – Socialist World Media-shop). Trump greep in met als doel een regimewisseling om toegang te krijgen tot de enorme oliereserves van Venezuela, en ook om een waarschuwing af te geven aan China, dat economisch is doorgedrongen in de ‘achtertuin’ van het Amerikaanse imperialisme.
In samenwerking met Delcy Rodríguez kwijnen Maduro en zijn vrouw nu weg in een Amerikaanse gevangenis in afwachting van hun proces. Rodríguez heeft sindsdien als marionet voor Trump gefungeerd en een zuivering van het voormalige regime in gang gezet.
Ze heeft militaire commandanten en 17 ministers vervangen, nieuwe diplomaten benoemd en onder haar leiding zijn ten minste drie belangrijke zakenlieden gevangengezet die banden hadden met Maduro. Ze heeft ook verschillende familieleden van Maduro uit hun functies ontslagen en het grootste deel van zijn familie uitgesloten van oliecontracten. In feite is er een marionettenregime van het Amerikaanse imperialisme geïnstalleerd en is de rechtse kapitalistische oppositie aan de kant geschoven.
Een soortgelijke poging is gaande in Cuba. Blokkades alleen leiden zelden tot een onmiddellijke regimewisseling. Ze hebben over het algemeen een langzame impact en bouwen in de loop van de tijd druk op. Tijdens de Amerikaanse burgeroorlog gaf Lincoln opdracht tot de blokkade van havens in de Confederatie. Deze waren effectief, maar toch duurden de gevechten nog vier jaar voort. Groot-Brittannië blokkeerde Duitsland in 1914, maar de oorlog duurde voort tot 1918. Venezuela werd in 2025 geblokkeerd, maar er waren verdere maatregelen nodig. Ook de blokkade van Iran leidt niet tot een onmiddellijk einde van het conflict. Net als in Venezuela zoekt Trump daarom ook contact met delen van het Cubaanse regime om te proberen tot verandering te komen. De kleinzoon van Raúl Castro had een ontmoeting met Marco Rubio, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, tijdens een Caribische top in St. Kitts. Naar aanleiding hiervan merkte Rubio op: “Cuba moet veranderen. Het hoeft niet in één keer te veranderen”.
Het Cubaanse regime bevindt zich nu in een benarde situatie. Sinds 2021 heeft naar schatting 20% van de bevolking, voornamelijk jongeren, het eiland verlaten. Er heeft ook een generatiewisseling plaatsgevonden binnen het regime, met uitzondering van Raúl Castro, die ondanks zijn 94 jaar en zijn aftreden als president nog steeds achter de schermen de touwtjes in handen heeft.
Anderen, zoals de huidige president Díaz-Canel, waren geen actieve deelnemers aan de revolutie en hebben rijkdom en zakelijke belangen vergaard. Deze groep hoopt, in navolging van de gebeurtenissen in Venezuela, zich te kunnen ‘handhaven’ door een akkoord te sluiten met het Amerikaanse imperialisme. Anderen, zoals Oscar Pérez-Oliva Fraga, zijn onlangs benoemd tot vicepremier en hebben een zetel gekregen in de Nationale Assemblee, een voorwaarde om president of premier te worden. Er wordt ook gespeculeerd dat Manuel Marrero Cruz, voormalig hoofd toerisme, de rol van Rodríguez zal spelen. Het regime heeft al het voorheen onaanvaardbare besluit genomen om Cubaanse bedrijven uit Miami toe te staan te investeren en onroerend goed te bezitten in Cuba. Anderen die betrokken zijn bij de onderhandelingen met de VS zijn onder meer Raúl Guillermo Rodríguez Castro, de kleinzoon van Raúl Castro (bekend als “de krab” omdat hij met zes vingers werd geboren).
Terwijl Fidel Castro in het openbaar een sobere levensstijl aanhield, is “de krab” gezien terwijl hij in privéjets reisde en een weelderige levensstijl leidde. Hij zou ook betrokken zijn bij het behartigen van familiebelangen in GAESA – Business Administration Group, een ondoorzichtige organisatie en een van de machtigste instellingen. Deze organisatie werd opgericht om het leger te financieren tijdens de ‘speciale periode’. Sindsdien is ze uitgegroeid tot een conglomeraat dat actief is in tientallen sectoren, waaronder bouw, hotels, toerisme, visserij, detailhandel en financiële dienstverlening. Er wordt verondersteld dat ze ook bedrijven in Panama bezit. Deze delen van het regime zijn betrokken bij diverse zakelijke en winstgevende ondernemingen en regelingen en staan los van de revolutie van 1959/61.
Een kapitalistische overgangsregeling?
Het Amerikaanse imperialisme zal waarschijnlijk een of andere overgangsregeling tolereren waarbij delen van het bestaande regime betrokken blijven. Er zijn echter obstakels voor dit proces. Niet in de laatste plaats de aanhoudende schadeclaims van bedrijven die na de revolutie door de staat zijn overgenomen. ExxonMobil eist 1 miljard dollar en er is nog een claim van 400 miljoen dollar van in Florida gevestigde cruisemaatschappijen voor het gebruik van havenfaciliteiten die door de revolutie zijn onteigend.
Mocht dit proces doorgaan, wat waarschijnlijk is, dan zal Cuba de facto weer worden bestuurd door een regime dat de belangen van de VS en het kapitalisme dient, zoals momenteel het geval is in Venezuela. Dit betekent een contrarevolutie en een nederlaag en zal voor veel arbeiders en socialisten een teleurstelling zijn. Het zal door de heersende klassen internationaal worden gebruikt om het socialisme in diskrediet te brengen, met name in de VS en Latijns-Amerika. Het zal echter niet hetzelfde effect hebben als de ineenstorting van de voormalige USSR in 1992. De wereldsituatie is vandaag de dag totaal anders. Het mondiale kapitalisme verkeert in een diepe, langdurige crisis en doodstrijd. Maar het kapitalisme zal niet zomaar instorten; de heersende klassen zullen vechten om hun macht te behouden en moeten worden omvergeworpen. De beweging en de strijd voor het socialisme zullen deze tegenslag overwinnen. Toch moeten uit deze tegenslag belangrijke lessen worden getrokken.
Deze ontwikkeling was niet onvermijdelijk. De Cubaanse revolutie had zich internationaal kunnen ontwikkelen, vooral in Latijns-Amerika. De poging om de Cubaanse revolutie te herhalen via een guerrillastrijd elders in Latijns-Amerika, onder totaal andere omstandigheden en waar een krachtige arbeidersklasse bestond, was een beslissende fout. Bij deze fout was Che Guevara betrokken – een socialist en internationalist, afgestoten door de bureaucratie in de voormalige Sovjet-Unie en Oost-Europa, die de internationale revolutie wilde ontwikkelen, maar met de verkeerde methoden.
Ook later gingen kansen verloren in andere landen, zoals Chili, tijdens het revolutionaire proces dat zich tussen 1970 en 1973 ontwikkelde. Meer recentelijk had er, als Chávez de revolutie had voltooid en het kapitalisme had omvergeworpen en een regering van de arbeiders en armen had gevormd in Venezuela, samen met Evo Morales in Bolivia en Rafael Correa in Ecuador, met een oproep aan de Cubaanse massa’s om een echte arbeidersdemocratie te vestigen, een socialistische confederatie van die landen kunnen worden opgericht. Dit zou hebben gefungeerd als een enorme aantrekkingspool voor de arbeidersklasse in heel Amerika en daarbuiten, inclusief Griekenland en Spanje, waar zich explosieve strijd ontvouwde.
Een nederlaag van de Cubaanse revolutie was historisch gezien dus niet onvermijdelijk. Mocht het toch gebeuren, dan zal het echter aanzienlijke internationale gevolgen hebben. Het Chinese regime zal waarschijnlijk tolereren dat Cuba wordt omgevormd tot een afhankelijke, maar instabiele kapitalistische staat (wat niet zal leiden tot een nieuw ‘gouden tijdperk’ van wedergeboorte van de Cubaanse samenleving). Het Chinese regime kan deze ontwikkeling als voorbeeld nemen om zijn eigen ambities en toekomstige interventies in zijn eigen invloedssfeer te rechtvaardigen.
Socialisten en revolutionairen moeten lessen trekken uit deze ontwikkelingen, om zich voor te bereiden op de revolutionaire bewegingen die de komende jaren zullen uitbreken.





