Taken voor revolutionairen en de rol van het CWI
Dit document dient te worden gelezen in combinatie met artikelen op de website van het Comité voor een Arbeidersinternationale (CWI), socialistworld.net, en de verklaringen onder de titel ‘Waar wij voor staan’ en campagnemateriaal van CWI-afdelingen. Dit programma wordt gepubliceerd naast het document ‘Deprogrammatische grondslagen van het CWI en de historische strijd voor een revolutionaire socialistische internationale 2026’, dat de politieke en theoretische grondslagen van het CWI uiteenzet en een overzicht geeft van zijn geschiedenis.
Deel 1 | De crisis van het kapitalisme en het socialistische alternatief
De eenentwintigste eeuw heeft de verrotting van het kapitalistische systeem opnieuw blootgelegd. We leven in een wereld van immense rijkdom en technologische verworvenheden, maar toch kan niet worden voorzien in de basisbehoeften van de meerderheid. Oorlog en conflicten nemen toe.
Het kapitalistische systeem wordt gekenmerkt door privébezit van de productiemiddelen in handen van de kapitalistische minderheid; productie voor privéwinst, niet voor menselijke behoeften; concurrentie; de uitbuiting van de arbeid van de werkende klasse (de overgrote meerderheid van de mensheid); periodieke crises en de verdeling van de wereld in rivaliserende kapitalistische natiestaten. Arme en arbeidersgemeenschappen dragen de zwaarste last van de milieu- en klimaatcrisis die het kapitalistische systeem de planeet heeft aangedaan en die het niet kan overwinnen. Het kapitalisme kweekt racisme en discriminatie en onderdrukking van vrouwen en minderheden zoals LHBTIQ+-mensen, mensen met een handicap en anderen. Ongeacht de menselijke kosten leidt de logica van het kapitalistische systeem tot toenemende uitbuiting voor steeds verdergaande accumulatie.
De economisch geavanceerde kapitalistische landen, waaronder het grootste deel van Europa, Noord-Amerika en Japan – inclusief de voormalige koloniale machten en de huidige grote imperialistische mogendheden – zitten vast in een structurele crisis waarvoor de werkende klasse de rekening geacht wordt te betalen. Trage groei en aanhoudende economische instabiliteit leiden tot een dalende levensstandaard en een leven dat steeds onbetaalbaarder wordt. Dit veroorzaakt wijdverspreide sociale onrust en wakkert de klassenstrijd aan. De heersende kapitalistische klassen worden geconfronteerd met een crisis van politieke legitimiteit, gekenmerkt door een groeiend wantrouwen in kapitalistische politieke instellingen.
De voormalige koloniale landen in Latijns-Amerika, Afrika en Azië hebben verschillende wegen gevolgd, vooral sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. In sommige landen en regio’s heeft economische ontwikkeling plaatsgevonden, waarbij soms een omvangrijke ‘middenklasse’ is ontstaan. China heeft zich ontwikkeld tot de op één na grootste macht ter wereld, maar op basis van een uniek ‘model’. Kapitalistische economische verhoudingen zijn dominant in China, maar de Chinese Communistische Partij behoudt aanzienlijke machtsmiddelen en een grote mate van autonomie bij het sturen van de ontwikkeling van het kapitalisme. Dit kan elders niet worden nagebootst. Maar of het nu in China is of in die landen die een aanzienlijke economische ontwikkeling hebben doorgemaakt op basis van meer typisch kapitalistisch beleid, de groei wordt ontsierd door grote problemen en leidt tot astronomische ongelijkheid. Miljoenen mensen blijven achter, gevangen in schrijnende armoede. Wereldwijd leeft één op de tien mensen nog steeds in extreme armoede. Miljoenen mensen hebben geen fatsoenlijke huisvesting, betrouwbare elektriciteit, voeding, schoon water of adequate sanitaire voorzieningen, wat leidt tot vermijdbare ziekten en vroegtijdige sterfte. Voor velen in de neokoloniale wereld blijft het leven “ellendig, wreed en kort”. Het kapitalisme biedt geen enkele toekomst voor de miljoenen mensen die ten prooi vallen aan hongersnood, schrijnende armoede en conflicten.
De jongere generaties in de geavanceerde kapitalistische landen zijn nu de eersten in de moderne geschiedenis die te maken krijgen met een lagere levensstandaard dan hun ouders. Ze hebben veel minder belang bij de kapitalistische samenleving en stellen de legitimiteit ervan veel meer ter discussie; een verschuiving die hun politieke visie nu al aan het hervormen is, met onder meer een toenemende openheid voor ‘socialisme’ en de bereidheid om te strijden. In de neokoloniale landen kan een betere toegang tot onderwijs en sociale media aspiraties stimuleren voor een leven dat duidelijk verschilt van dat van vorige generaties. De enorme kloof tussen deze aspiraties en de woestenij aan kansen onder het neokoloniale kapitalisme plaatst de jeugd vaak aan het hoofd van sociale opstanden en revolten.
Als het kapitalisme niet werkt, wat is dan het alternatief?
Sommigen beweren dat het kapitalisme kan worden ‘gerepareerd’ door middel van fragmentarische en geleidelijke hervormingen. Er kunnen weliswaar verbeteringen worden bereikt voor de werkende klasse, maar alleen door middel van massale strijd of de dreiging daarvan, en onder het kapitalisme zullen deze slechts tijdelijk zijn. Tegenwoordig biedt het kapitaal zelfs tegen kleine concessies fel verzet. De ‘verzorgingsstaat’ in Europa na de Tweede Wereldoorlog was bijvoorbeeld een uitzondering die tijdelijk bleek te zijn. Om blijvende verbeteringen te realiseren voor de werkende klasse en de armen van de wereld moet het kapitalisme omver worden geworpen.
Sommige delen van de middenklasse en met name de jeugd zien werknemerscoöperaties en andere vormen van coöperaties en ‘wederzijdse hulp’ als een gemakkelijker alternatief voor het kapitalisme dan een socialistische transformatie. In wezen stellen al deze initiatieven voor om een alternatief op te bouwen binnen het kader van het kapitalisme. Initiatieven die op deze ideeën zijn gebaseerd, kunnen een glimp van het potentieel laten zien, maar blijven onderworpen aan kapitalistische marktkrachten, waardoor concurrentie en kostenbesparingen noodzakelijk zijn, vooral naarmate ze in omvang toenemen. Omdat ze over het algemeen kleinschalig en lokaal zijn, kunnen ze geen uitdaging vormen voor multinationale ondernemingen of de bredere economie plannen.
Het CWI stelt dat het socialisme het enige alternatief is. Socialisme gaat niet over staatscontrole door een bevoorrechte elite. Het is ook niet louter een beter welzijnssysteem. Socialisme betekent een samenleving gebaseerd op maatschappelijk eigendom van de economie, productie voor menselijke en ecologische behoeften in plaats van winst, internationale samenwerking in plaats van concurrentie, en een democratisch geplande economie in plaats van een markteconomie. Alleen op deze basis kan worden voorzien in de behoeften van de mensheid en die van de planeet.
Hoe kan het kapitalisme worden beëindigd en het socialisme worden opgebouwd?
Deel 2 | De rol van de werkende klasse
De werkende klasse wordt uitgebuit door de kapitalistische klassen van de wereld; haar onbetaalde arbeid vormt de basis voor de winsten van die klassen. De moderne werkende klasse is groter en sterker verstedelijkt dan ooit tevoren in de geschiedenis. Wereldwijd telt de bevolking in de werkende leeftijd meer dan vier miljard mensen. Tegenwoordig is meer dan de helft van de mensheid geconcentreerd in steden waar productie, logistiek, transport, dienstverlening en openbare infrastructuur zijn georganiseerd.
De werkende klasse omvat veel meer dan alleen fabrieksarbeiders of handarbeiders. Ze omvat de overgrote meerderheid van degenen die hun arbeidskracht verkopen voor een loon of salaris: verpleegkundigen, leraren, callcentermedewerkers, magazijnmedewerkers, techontwikkelaars, chauffeurs, horecamedewerkers. Ze omvat ook degenen die afhankelijk zijn van degenen die een loon of salaris verdienen, zoals jongeren uit de werkende klasse, werklozen, gepensioneerden en anderen.
De werkende klasse heeft de macht om het kapitalisme omver te werpen. Deze macht komt niet alleen voort uit haar omvang en essentiële rol in het kapitalistische productie- en welvaartsproces, hoe cruciaal die ook zijn, aangezien de werkende klasse wereldwijd de meerderheid van de mensheid vormt. Ze komt ook voort uit het ‘collectieve bewustzijn’ dat de werkende klasse kan bereiken. Dit vloeit voort uit haar rol in de kapitalistische economie. Mensen uit de werkende klasse maken over het algemeen dezelfde omstandigheden mee en ondergaan soortgelijke ontberingen op de werkplek en in hun gemeenschappen. Collectieve klassenervaringen, bewustzijn en actie vragen om collectieve organisatie, zoals vakbonden, en bevorderen solidariteit. Zoals vele revolutionaire bewegingen en de klassenstrijd hebben aangetoond, neigt de werkende klasse daarom naar democratische vormen van collectieve organisatie.
De uitbuitingsomstandigheden waarmee de werkende klasse onder het kapitalisme wordt geconfronteerd stelt de sociale eigendom van de economische sleutelposities aan de orde. De democratische instincten van de werkende klasse, aangescherpt door haar organisaties in de strijd tegen het kapitalisme, kunnen op hun beurt worden overgedragen naar de oprichting van arbeidersstaten.
De diverse middenlagen in de samenleving, zoals zelfstandige professionals, kleine ondernemers en kleine boeren, kunnen het belang van de werkende klasse delen om een einde te maken aan de ondraaglijke lasten van het kapitalisme. Maar alleen de werkende klasse beschikt over de macht en het collectieve klassenbewustzijn om de strijd te leiden om het kapitalisme omver te werpen en deze taak te volbrengen. In de woorden van Marx heeft van alle onderdrukten en uitgebuitenen alleen de werkende klasse het potentieel om niet alleen “een klasse op zich” te zijn, maar ook “een klasse voor zichzelf”, d.w.z. een bewuste, georganiseerde kracht die in staat is het socialisme op te bouwen.
Socialistische regeringen en arbeidersstaten
De werkende klasse moet de leiding over de samenleving in handen nemen. Hiervoor zijn socialistische revoluties nodig die de kapitalistische staat in elk land ontmantelen en in de plaats daarvan arbeidersstaten oprichten. Die zullen gebaseerd zijn op een nieuwe, hogere en verdergaande vorm van democratie, gebouwd op de fundamenten van regelmatig gekozen democratische raden van arbeiders en gemeenschappen. Deze raden bestaan dan uit gekozen vertegenwoordigers die kunnen worden afgezet, met fulltime functionarissen die niet meer verdienen dan het loon van een geschoolde arbeider, en waarbij functies en ambten periodiek rouleren.
Nu al, onder het kapitalisme, maken de grote multinationals die de wereldeconomie domineren intern gebruik van geavanceerde economische planning. Veel multinationals doen de meeste nationale economieën in het niet verzinken. Door het privébezit van de strategische toppen van de economie af te schaffen, kan een socialistische economie op democratische basis worden gepland en georganiseerd die in de behoeften van de samenleving voorziet in plaats van winst te genereren voor de kapitalistische klasse. De samenleving zou dan kunnen plannen om werk voor iedereen te garanderen, de levensstandaard te verhogen, de openbare diensten uit te breiden, en langetermijnuitdagingen zoals de milieu- en klimaatcrisis aan te pakken en het enorme latente potentieel van moderne technologie te realiseren.
Het kapitalisme zal niet wereldwijd tegelijkertijd omvergeworpen worden. De werkende klasse van het ene of het andere land zal onvermijdelijk als eerste aan de macht komen als socialistische regering aan het hoofd van een arbeidersstaat. Naarmate arbeidersstaten worden opgebouwd en samenwerken, zal de basis van een mondiale socialistische samenleving, rustend op de fundamenten van een democratisch geplande wereldeconomie, ontstaan. De taak van het opbouwen van het socialisme kan alleen als een wereldwijd proces worden voltooid.
De werkende klasse en de jeugd zijn in staat tot ongelooflijke improvisaties in de klassenstrijd. Maar ‘spontane’ opstanden, hoe krachtig ook, zijn kwetsbaar voor afleiding, coöptatie en uiteindelijk verplettering. De werkende klasse moet een georganiseerde kracht smeden: een revolutionaire partij. Het volstaat niet om zo’n partij vanuit het niets op te richten in het heetst van de revolutionaire opstanden; voorbereidend werk is van vitaal belang om op voorhand ten minste de kern van zo’n partij op te bouwen, geworteld in de werkende klasse, met vertrouwen in haar ideeën en methoden en beproefd in de dagelijkse strijd. Een revolutionaire partij moet gewapend zijn met een programma dat duidelijk de taken definieert die nodig zijn om het kapitalisme af te schaffen.
Deze taken omvatten massale revolutionaire strijd voor politieke macht van de werkende klasse in de vorm van socialistische regeringen en arbeidersstaten. Hun socialistische economische fundamenten zouden gebaseerd zijn op publiek eigendom van de sleutelposities van de economie in elk land. Dit omvat de banken en financiële instellingen, met garanties voor de spaargelden van de werkende klasse, de middenklasse en kleine bedrijven, en kwijtschelding van de schulden van neokoloniale landen. Dit zou het mogelijk maken om mazen in de wet, belastingparadijzen en speculatieve financiële mechanismen te dichten die door de rijken worden gebruikt om hun vermogen te verbergen en te vermenigvuldigen. Het zou alle grote bedrijven en monopolies in sleutelsectoren omvatten, waaronder mijnbouw, bouw, transport, productie, telecommunicatie en ‘big tech’, groothandel, detailhandel en distributie, evenals grote agro-industrieën en grote commerciële landbouwbedrijven, met steun en kwijtschelding van schulden voor kleine en zelfvoorzienende boeren. Sectoren in publieke handen zouden worden geïntegreerd volgens een democratisch-socialistisch productieplan om aan de behoeften van de samenleving te voldoen en de milieu- en klimaatcrisis op te lossen door onder andere massale investeringen in hernieuwbare energie en de uitbreiding van het openbaar vervoer. Samenwerking tussen arbeidersstaten zou de basis leggen voor een wereldwijde socialistische economie en de ontwikkeling van democratische internationale planning.
Deel 3 | De taken van het CWI
Het CWI zet zich in voor de opbouw van revolutionaire partijen in elk land door de wetenschappelijk-socialistische methoden van Marx, Engels, Lenin en Trotski toe te passen. Onze ‘nationale afdelingen’ zijn verenigd via het CWI, dat wij opbouwen als de kern van een massale wereldpartij van de socialistische revolutie. Een dergelijke partij zal worden opgebouwd op basis van wereldhistorische gebeurtenissen en de bewuste deelname van marxisten.
Het CWI kan geen revolutionaire situaties ‘creëren’; we kunnen ons er alleen op voorbereiden. In grote lijnen doorloopt het kapitalisme niet-revolutionaire, pre-revolutionaire en revolutionaire periodes. Binnen elk van deze periodes is sprake van eb en vloed. In niet-revolutionaire periodes bijvoorbeeld woedt de klassenstrijd met een lagere of hogere intensiteit. Een revolutionaire partij moet duidelijk voor ogen hebben door welke van deze stadia de klassenstrijd in verschillende landen, regio’s en wereldwijd gaat. Haar rol verschilt naargelang het karakter van de periode.
In niet-revolutionaire periodes zal slechts een minderheid van de werkende klasse revolutionaire conclusies trekken. De massa leert door ervaring in de klassenstrijd, waarbij ze verschillende organisaties en hun programma’s uitprobeert. Het CWI kan de ontwikkeling van het arbeidersbewustzijn niet overslaan of zichzelf in de plaats stellen van de klassenstrijd, laat staan van de actie van de massa’s. We kunnen echter een rol spelen bij het versnellen van dit proces, door in strijdende bewegingen te helpen het noodzakelijke programma aan te nemen.
We bevinden ons momenteel in een periode van toenemende kapitalistische crisis. Als reactie daarop zien we ook een escalerende klassenstrijd in veel landen, inclusief opstanden die in staat zijn regeringen omver te werpen. De werkende klasse heeft de tegenslagen van de vorige periode echter nog niet volledig overwonnen. De ineenstorting van de stalinistische regimes en het herstel van het kapitalisme in de voormalige Sovjet-Unie, Oost-Europa en elders, meer dan drie decennia geleden, was een nederlaag voor de internationale werkende klasse.
De oude stalinistische regimes hadden geen enkele gelijkenis met echt socialisme. Het waren nationaal georiënteerde bureaucratische dictaturen. Niettemin berustten ze op een vertekende vorm van een planeconomie, die een tijdlang een glimp liet zien van het potentieel van het socialisme, met bijvoorbeeld gegarandeerde banen, en openbare gezondheidszorg, onderwijs en huisvesting. De implosie van de stalinistische regimes en de kapitalistische restauratie maakten een wereldwijd kapitalistisch offensief tegen de werkende klasse mogelijk, wat leidde tot wijdverbreide ideologische verwarring binnen haar gelederen en haar organisaties. Onder invloed hiervan werd in delen van de samenleving algemeen aanvaard dat de kapitalistische markt de enige haalbare weg was, terwijl socialistische ideeën, met name die van een planeconomie, op grote schaal in diskrediet raakten. Kapitalistische ideologen brachten het socialisme bewust in verband met de bureaucratische planning van bovenaf van het stalinisme. Traditionele arbeiderspartijen – met pro-kapitalistische leiders en bureaucratieën, maar een massale achterban onder de werkende klasse en vakbondsactivisten – werden grotendeels omgevormd tot openlijk pro-kapitalistische partijen, waarbij hun leiders zelfs geen lippendienst meer bewezen aan het socialisme. Het niveau van organisatie van de werkende klasse werd teruggedrongen. Vandaag staan we aan het begin van een proces waarin dit zal worden overwonnen, aangezien de brute ervaring met het kapitalisme en de massale strijd tegen de gevolgen ervan een nieuwe generatie ertoe brengen om naar socialistische ideeën te gaan kijken.
i | Strijd voor een onafhankelijke klassenorganisatie
Een van de taken van het CWI is het verdedigen van de noodzaak van ideologische, politieke en organisatorische onafhankelijkheid van de werkende klasse ten opzichte van alle geledingen van de kapitalistische klasse en de middenklasse. Dit is een essentiële voorwaarde voor de opbouw van revolutionaire massapartijen en voor het welslagen van de socialistische revolutie. Het is de ‘rode draad’ die door het programma en de werkwijze van elke CWI-afdeling loopt. We strijden voor deze klassenonafhankelijkheid, niet alleen door middel van argumenten, maar ook door actie, door de weg te wijzen en de werkende klasse aan te moedigen deze te bewandelen.
De ontwikkeling van het bewustzijn van de werkende klasse – het verwerven van inzicht in haar macht om het kapitalisme omver te werpen en haar vermogen om het socialisme op te bouwen – begint met de dagelijkse strijd die onvermijdelijk is in een door klassen verdeelde kapitalistische samenleving. De werkende klasse zal de strijd aangaan over kwesties als lonen, arbeidsomstandigheden, pensioenen, sociale uitkeringen en welzijnsvoorzieningen; de beschikbaarheid en betaalbaarheid van voedsel; voor een veilige plek om te wonen, hoogwaardige huisvesting en over kwesties als criminaliteit en veiligheid in de gemeenschap; de verstrekking van hoogwaardige, toegankelijke gezondheidszorg, onderwijs en gemeenschapsdiensten, waaronder kinderopvang en ouderenzorg; universele toegang tot elektriciteit, inclusief de middelen om woningen naar behoefte te verwarmen en te koelen, water, internet en andere digitale diensten, en andere voorzieningen; hoogwaardige infrastructuur, waaronder openbaar vervoer; voldoende middelen en vrije tijd voor recreatie, sport en het beoefenen van andere culturele activiteiten, enz. De werkende klasse zal ook strijden tegen oorlog en militarisme, tegen milieukwesties, tegen corruptie, racisme, gendergerelateerde onderdrukking en andere vormen van discriminatie, en tegen vele andere kwesties.
Het is onmogelijk om in detail een wereldwijd toepasbaar overgangsprogramma uit te werken dat de directe kwesties van de levensstandaard van de werkende klasse en andere problemen waarmee de klasse wordt geconfronteerd, koppelt aan de noodzaak van de socialistische transformatie van de samenleving, behalve te zeggen dat de werkende klasse gedwongen zal zijn te strijden voor een veilig, comfortabel en waardig leven. Het CWI zal aan die strijd deelnemen en deze koppelen aan de noodzaak van een politiek programma voor een socialistische samenleving. Het is de rol van revolutionairen in elk land om betrokken te zijn bij alle dagelijkse strijd van de werkende klasse en om eerder behaalde verworvenheden uit te breiden en te verdedigen.
Het CWI marcheert stap voor stap mét de werkende klasse, terwijl het tegelijkertijd een ‘stap vooruit’ loopt, in de zin dat het een duidelijk begrip heeft van de rol die de werkende klasse kan spelen bij het veranderen van de samenleving. Dit begrip maakt marxisten tot de beste strijders voor hervormingen; zij weigeren de beperkingen te accepteren van wat de heersende klassen beweren zich te kunnen ‘veroorloven’. We stellen overgangseisen in alle dagelijkse strijd van de werkende klasse; eisen die aansluiten bij de conclusie dat de socialistische revolutie het enige blijvende middel is om de fundamentele belangen van de werkende klasse veilig te stellen.
We bouwen het CWI op de ‘twee pijlers’ van de meest klassenbewuste arbeiders en de jeugd die overtuigd zijn van de rol van de werkende klasse als de drijvende kracht, of de ‘motor’, van de socialistische revolutie.
Naarmate de crises van het kapitalisme zich verdiepen en revolutionaire situaties zich ontwikkelen, is het de bedoeling van het CWI dat de kaders van de revolutionaire groeperingen en partijen onder zijn vlag – met andere woorden de ervaren leden en activisten – de vooruitstrevende lagen van de werkende klasse helpen revolutionaire conclusies te trekken. Het opbouwen van massale revolutionaire partijen die in staat zijn de brede massa van de werkende klasse en al diegenen die door het kapitalisme worden onderdrukt te leiden om de socialistische revolutie tot een goed einde te brengen, is een essentiële taak.
In de loop van de klassenstrijd wordt de werkende klasse gedwongen zich te organiseren. Het CWI neemt deel aan dit proces, op elk strijdtoneel – inclusief werkplekken, gemeenschappen en onderwijsinstellingen – en vecht ervoor dat deze strijd met elkaar wordt verbonden via onafhankelijke politieke organisatie van de werkende klasse.
Vakbonden
Aangezien de werkplek het belangrijkste dagelijkse strijdtoneel in de klassenstrijd is, worden arbeiders ertoe gedreven zich op dit terrein te organiseren. Of dit nu wettelijk wordt erkend door de werkgevers en de kapitalistische staat of niet, dit gebeurt meestal in de vorm van vakbonden, de basisorganisaties van de werkende klasse. Organisatie op de werkplek brengt arbeiders samen, geeft hen collectieve kracht tegen de bazen en kan echte winst opleveren, zoals beter loon, veiligere omstandigheden, kortere werktijden en bescherming tegen willekeurige macht van het management.
Vakbonden zijn scholen van strijd. Tijdens stakingen winnen arbeiders zelfvertrouwen en collectieve ervaring, onder meer over hun vermogen om de werkplek te beheersen, wat het begrip van hun macht als klasse bevordert. Dit is een essentiële ervaring voor de werkende klasse. In de vakbondsstrijd voor meer democratische zeggenschap op de werkplek worden de zaadjes geplant voor toekomstige arbeidersdemocratie onder het socialisme.
Niettemin hebben vakbonden een andere kant die voortkomt uit hun rol onder het kapitalisme om te onderhandelen met werkgevers en de kapitalistische staat. De kapitalistische klasse heeft de potentiële ‘waarde’ van vakbonden ingezien bij het bemiddelen in de klassenstrijd. Afhankelijk van de omstandigheden zullen de heersende klassen de onderdrukking van de arbeidersbeweging combineren met een bewust beleid van coöptatie en incorporatie. Ze zullen dit zelfs zo ver doorvoeren dat ze de vorming van nepvakbonden, zogenaamde ‘gele’ vakbonden, in gang zetten.
Zelfs wanneer vakbonden oorspronkelijk als echte arbeidersorganisaties zijn opgericht, neigt het bestuursapparaat er na verloop van tijd toe voorzichtig en conservatief te worden en het contact met de achterban te verliezen, vooral in periodes waarin de arbeidersbeweging zich in een terugtrekkende beweging bevindt.
Het CWI strijdt voor volledige wettelijke rechten voor vakbonden en voor het verdedigen en uitbreiden van die rechten waar wettelijke erkenning is verkregen. Er moet voortdurend gestreden worden om een klassenonafhankelijke en verenigde beweging op te bouwen van militante, democratische en door de achterban gecontroleerde vakbonden, waarin leiders ter verantwoording worden geroepen, kunnen worden afgezet en leven van een arbeidersloon, en om internationale banden tussen deze bewegingen te smeden. Vaak vereist dit het opzetten van op de klassenstrijd gerichte oppositiegroepen binnen vakbonden om militante arbeiders te organiseren rond een gemeenschappelijk programma, strategie en tactiek, inclusief de strijd om de leiding van vakbonden. Wij mengen ons in dergelijke oppositiegroepen en in de bredere vakbonden met een socialistisch programma en mobiliseren steun daarvoor. In andere omstandigheden kunnen de gevestigde vakbonden onder bepaalde groepen arbeiders zo in diskrediet zijn geraakt dat zij beginnen met het opzetten van nieuwe vakbonden. Het CWI komt ervoor op om de dagelijkse strijd op de werkplek te verbinden met de bredere politieke strijd van de werkende klasse in de strijd voor het socialisme.
Onafhankelijke politieke organisatie en massale arbeiderspartijen
Het CWI wijst op de stappen die nodig zijn om de ideologische en organisatorische samenhang van de werkende klasse te versterken. Dit is een essentiële voorwaarde voor de strijd van de werkende klasse voor politieke macht en om deze te gebruiken om het socialisme op te bouwen.
Vanwege het algemene ontbreken van onafhankelijke politieke organisatie van de werkende klasse wereldwijd is het noodzakelijk om dit idee in de meeste landen opnieuw te veroveren. Het CWI concretiseert deze taak vaak met overgangseisen waarin wordt opgeroepen tot de oprichting van nieuwe massale arbeiderspartijen, geworteld in de strijd en onafhankelijk van kapitalistische invloed, en onderneemt actief stappen en neemt deel aan stappen om deze op te richten. Vaak richt het CWI deze eis tot arbeiders die georganiseerd zijn in de vakbeweging. Tegelijkertijd bouwt het CWI onze revolutionaire groepen en partijen op door het werven van die arbeiders en jongeren die in dit stadium direct voor ons revolutionair socialistisch programma gewonnen kunnen worden, inclusief degenen die deelnemen aan de strijd voor nieuwe arbeiderspartijen. We omschrijven dit als onze ‘dubbele taak’.
Brede massale arbeiderspartijen kunnen, zelfs als ze geen revolutionair socialistisch programma hebben – wat in het begin vrijwel zeker het geval zal zijn – niettemin belangrijke stappen voorwaarts zijn, doordat ze de veralgemening van de belangen van de werkende klasse in hun programma bevorderen en wijzen op de noodzaak van de eenheid van verschillende klassenstrijd. Ze kunnen de werkende klasse in staat stellen om verschillende programma’s te bediscussiëren en uit te proberen. Het CWI neemt deel aan dergelijke formaties en pleit voor de aanneming van een socialistisch programma en een militant klassenstrijdbeleid.
Het is onvermijdelijk dat er in dergelijke formaties verschillende politieke tendensen bestaan; ook hier geldt dat sommige daarvan, zeker in het begin, oppervlakkig gezien aantrekkelijker kunnen lijken dan een revolutionair socialistisch programma, gezien het bewustzijn van de werkende klasse op dit moment. Het CWI zou de dialoog aangaan met belangrijke reformistische en centristische [1] tendensen en organisaties, oproepen tot een verenigd front in de strijd, maar tegelijkertijd de beperkingen van hun programma en leiderschap toelichten en een ideologische strijd voeren. We zouden ook debatteren met verschillende stromingen en organisaties die beweren in de marxistische of trotskistische traditie te staan. Door de beste strijders te zijn in de dagelijkse strijd, tonen CWI-leden in de praktijk de kracht van onze ideeën en ons programma aan.
Bredere arbeiderspartijen zouden een rol kunnen spelen als ‘overgangsorganisaties’ op weg naar de ontwikkeling van de massale revolutionaire partijen die nodig zijn om het kapitalisme omver te werpen en te beginnen met de opbouw van een socialistische samenleving. Of zij deze rol spelen, zal afhangen van de strijd over het programma en hun vermogen om aansluiting te vinden bij de werkende klasse en haar steun te winnen. In periodes van verscherpte klassenstrijd, pre-revolutionaire en revolutionaire situaties, is het echter mogelijk dat een kleine revolutionaire kern, met het juiste beleid, zich ‘uitbreidt’ en direct massale steun van de werkende klasse wint.
Kapitalistische democratie en democratische rechten
Het kapitalisme kan de basis vormen voor uiteenlopende politieke regimes, variërend van kapitalistische ‘liberale’ democratieën, via bonapartistische politie- en militaire dictaturen, tot totalitaire fascistische regimes.
Regimes van kapitalistische democratie bieden de beste voorwaarden voor de opbouw van vakbonden, arbeiderspartijen en andere organisaties van de werkende klasse. Democratische rechten omvatten het recht op vrije meningsuiting en vergadering, het recht om zich te organiseren, collectief te onderhandelen, te protesteren, te stemmen en zich kandidaat te stellen voor een politiek ambt. Maar democratische rechten zijn nooit vrijwillig toegekend door de heersende klassen. Ze worden veroverd, uitgebreid en verdedigd door middel van strijd. Het vervangen van de kapitalistische staat, en zijn repressieve en dwingende bevoegdheden die worden gebruikt om de heerschappij van een minderheidsklasse op te leggen aan de meerderheid, door een arbeidersstaat is een voorwaarde voor het waarborgen van democratische rechten voor de massa van de bevolking. De rechtspraak, de politie en de strijdkrachten zouden niet boven de samenleving staan, maar democratisch worden gecontroleerd door de werkende klasse. Arbeiderscontrole en -beheer van de werkplek zouden een einde maken aan de antidemocratische dictatuur van de bazen. Publiek eigendom van persbureaus, sociale-mediabedrijven, uitgeverijen, grote ruimtes voor bijeenkomsten en vergaderingen enz. zou de mogelijkheden voor collectieve discussie, beraadslaging en besluitvorming vergroten en de middelen daarvoor verschaffen.
Waar de heersende klassen het recht hebben toegegeven om te stemmen en zich verkiesbaar te stellen voor een ‘representatief’ orgaan, zoals een lokale overheid, een parlement of een congres, zijn deze concessies met moeite bevochten in de klassenstrijd. Marxisten pleiten ervoor dat de werkende klasse op het electorale terrein strijdt, en strijden ervoor dat de werkende klasse haar eigen onafhankelijke partij opbouwt. Marxisten kunnen, wanneer ze worden gekozen, een belangrijke rol spelen als de meest vastberaden strijders voor de onafhankelijke belangen van de werkende klasse, door het platform te gebruiken om de strijd en de solidariteit van de arbeiders te bevorderen.
Het CWI verzet zich tegen zogenaamde ‘volksfronten’ tussen de werkende klasse en ‘progressieve’ kapitalistische partijen. Dat wil zeggen dat arbeidersorganisaties of -leiders een coalitie of blok vormen met liberale kapitalistische krachten tegen bijvoorbeeld fascistische kapitalistische krachten in een periode van verscherpte crisis. We begrijpen niet alleen maar hebben er ook begrip voor waarom delen van de werkende klasse dit onder bepaalde omstandigheden zouden kunnen tolereren. Maar dergelijke ‘fronten’ of coalities hebben historisch gezien geleid tot catastrofale gevolgen voor de werkende klasse. Dit omvatte onder meer de weigering van arbeidersorganisaties en -leiders om de macht te grijpen in een revolutionaire situatie, of het verzoek aan de werkende klasse om sommige of al haar klasseneisen te laten vallen om de alliantie met liberale kapitalistische krachten in stand te houden. Het CWI verwerpt ook ‘coalitionisme’, d.w.z. dat arbeiderspartijen op welk niveau dan ook deel uitmaken van coalitieregeringen met pro-kapitalistische partijen
Vooral in landen waar de burgerlijk-democratische rechten beperkt zijn en onafhankelijke arbeidersorganisatie wordt onderdrukt door de werkgevers en de kapitalistische staat, zal de strijd voor democratische rechten hand in hand gaan met de strijd om onafhankelijke arbeidersorganisaties op te bouwen.
Het CWI verdedigt het democratische recht van mensen om al dan niet een religie te belijden, terwijl het zich verzet tegen het gebruik van religie en sektarisme door de heersende klasse om arbeiders te verdelen en onderdrukking te rechtvaardigen. Wij pleiten voor de volledige scheiding van georganiseerde religie en de staat. Wij verzetten ons tegen alle reactionaire religieuze en op sektarisme gebaseerde organisaties die minderheden aanvallen, de werkende klasse en de armen verdelen en democratische, gender- en sociale rechten ondermijnen.
Onder alle soorten kapitalistische politieke regimes pleit en strijdt het CWI ervoor dat de werkende klasse het voortouw neemt in de strijd voor democratische rechten, niet als ‘doel op zich’, maar om extra wapens te smeden waarmee de klassenstrijd kan worden gevoerd.
Het CWI strijdt voor volledige democratische rechten, waaronder het recht op vrije meningsuiting en vergadering, het recht om zich te organiseren, collectief te onderhandelen, te protesteren, te stemmen en zich kandidaat te stellen voor politieke functies, en vrijheid voor vakbonden, arbeiderspartijen en andere organisaties van de werkende klasse.
ii | De eenheid van de werkende klasse smeden
Het kapitalisme verdeelt om te kunnen uitbuiten. Racisme, seksisme, homofobie, transfobie, nationale en etnische verdeeldheid, validisme, kastenstelsel, religieus sektarisme en xenofobie vinden hun oorsprong in de indeling van de samenleving in klassen. Racisme is een structureel product van het kapitalisme, geworteld in slavernij, kolonialisme en imperialistische overheersing. De onderdrukking van vrouwen begon met het ontstaan van de klassenmaatschappij. Het is daarom een van de langst bestaande en meest diepgewortelde vormen van onderdrukking. Zelfs waar de strijd heeft geleid tot stappen in de richting van wettelijke gelijkheid, blijft de realiteit van de onderdrukking van vrouwen bestaan. Alle vrouwen zijn slachtoffer van seksisme en vrouwenhaat onder het kapitalisme, maar vrouwen uit de werkende klasse dragen nog vele andere lasten: uitbuiting op het werk en onbetaald huishoudelijk werk thuis, en discriminatie op het gebied van gezondheid en andere vormen van discriminatie. De onderdrukking van LHBTIQ+-mensen is diep geworteld in kapitalistische gendernormen, patriarchale tradities en religieuze onverdraagzaamheid. Pro-kapitalistische partijen en politici zullen elke breuklijn benutten om de werkende klasse te verdelen, bepaalde groepen uit te buiten, migranten tot zondebok te maken en repressie te rechtvaardigen, vooral in tijden van crisis.
Tribuun van de onderdrukten
Marxisten strijden voor de volledige bevrijding van alle groepen waarvan de leden specifieke onderdrukking ondergaan, ongeacht hun klasse-achtergrond.
De werkende klasse is echter de enige kracht die in staat is het kapitalisme te beëindigen, wat noodzakelijk is om een einde te maken aan onderdrukking. Inzicht hierin zal ertoe leiden dat lagen van onderdrukte groepen met een niet-arbeidersachtergrond zich op het standpunt van de werkende klasse plaatsen en zich aansluiten bij de strijd voor het socialisme.
Marxisten steunen strijd tegen specifieke vormen van onderdrukking, maar verwerpen strategieën die deze strijd opzettelijk van elkaar scheiden, of die deelname beperken tot degenen die de betreffende specifieke onderdrukking hebben ondervonden. ‘Identiteitspolitiek’ kan bijvoorbeeld uiting geven aan echte woede, maar kan ook worden misbruikt om bewegingen te verdelen en munitie te leveren voor kapitalistische ‘verdeel en heers’-tactieken. Het CWI moedigt een verenigde arbeidersstrijd aan om een einde te maken aan alle vormen van discriminatie en vooroordelen, en koppelt deze strijd aan de bredere strijd voor het socialisme.
De werkende klasse heeft maximale eenheid in de strijd nodig. Het smeden van deze ‘strijdende kameraadschap’ vereist het bestrijden van elk vorm van racisme, seksisme, LHBTIQ+-fobie en alle andere vormen van discriminatie binnen de arbeidersbeweging, en dat de arbeidersbeweging het voortouw neemt in bredere strijd voor gelijkheid.
Dagelijkse strijd tegen discriminatie en onderdrukking in al haar vormen, en voor de bevrijding van raciale minderheden, vrouwen en LHBTIQ+, is onvermijdelijk in een door klassen verdeelde kapitalistische samenleving. Nogmaals, het is onmogelijk om een wereldwijd toepasbaar overgangsprogramma uit te werken voor de dagelijkse strijd tegen onderdrukking en discriminatie en voor bevrijding, behalve te zeggen dat het CWI aan deze strijd zal deelnemen, vechtend voor volledige rechten voor alle groepen die met specifieke onderdrukking te maken hebben en voor meer middelen om wettelijke gelijkheid dichter bij daadwerkelijke gelijkheid te brengen.
Het mondiale kapitalisme zet aan tot massale migratie en asielzoeken, waardoor miljoenen mensen ontheemd raken door oorlog, onderdrukking, instabiliteit en economische en ecologische ineenstorting die hun oorsprong vinden in de gevolgen van imperialistisch beleid. Migrantenarbeiders behoren tot de meest uitgebuite groepen. Kapitalistische regeringen gebruiken racisme en strenge immigratiecontroles als ‘verdeel-en-heers’-tactieken tegen de werkende klasse.
Alle arbeiders, inclusief migrantenarbeiders, delen klassenbelangen. Een gezamenlijke strijd, door middel van stakingen, protesten en internationale solidariteit, is essentieel om te strijden voor gelijke rechten voor migrerende werknemers op het werk, waaronder wettelijke rechten, werkgelegenheid, onderwijs en sociale zekerheid wereldwijd. Het CWI voert campagne om lokale en migrerende werknemers te verenigen in werknemersorganisaties, met name de vakbonden, om gezamenlijke strijd te voeren tegen loonsverlagingen, discriminatie en racistische verdeel-en-heers-tactieken. Wij verzetten ons tegen racistische immigratiewetten en uitzettingsprogramma’s en verdedigen het recht op asiel.
Internationale solidariteit onder arbeiders, geen kapitalistische oorlogen
Het kapitalisme kweekt oorlog en gebruikt de werkende klasse als kanonnenvoer. In tijden van crisis kweekt het kapitalisme nog sneller oorlog, omdat de kapitalistische klassen en regeringen steeds scherper met elkaar concurreren. Het CWI verzet zich tegen alle imperialistische machten. De relatieve neergang van het Amerikaanse imperialisme en de Europese mogendheden, samen met de opkomst van China, de assertiviteit van het Russische imperialisme in zijn invloedssfeer en de versterkte rol van regionale machten zoals India, Brazilië en anderen, zijn kenmerken van de multipolaire wereld die nu bestaat. Dit heeft een tijdperk van oorlogen en nationale en etnische conflicten ingeluid. Het CWI verzet zich tegen imperialisme in al zijn gedaanten en verwerpt het idee dat arbeiders moeten kiezen tussen de heersende klasse van rivaliserende machten of rivaliserende blokken. Wij staan in plaats daarvan voor een onafhankelijke, internationalistische benadering, gebaseerd op de gemeenschappelijke belangen van de werkende klasse, om imperialisme en kapitalistische overheersing te vervangen door socialisme.
Het CWI beschouwt de Verenigde Naties, de NAVO, de Europese Unie, de Afrikaanse Unie, de BRICS en andere internationale en regionale instellingen, blokken en allianties als kapitalistische en imperialistische organisaties. Wij verwerpen de oorlogen van de heersende klassen en strijden voor de opbouw van een internationale arbeidersbeweging in verzet, evenals massabewegingen van jongeren en arbeiders tegen militariseringsbeleid en alle militaire bezettingen door de kapitalistische heersende klassen. Dit omvat campagnes voor nucleaire ontwapening en om wapenleveranties aan oorlogvoerende heersende klassen te stoppen. Maar wij begrijpen de noodzaak om te strijden voor en de belangen te verdedigen van de werkende klasse en de onderdrukte massa’s, en zijn dus geen pacifisten. Het CWI voert campagne voor een onafhankelijk klassenprogramma inzake oorlog en vrede binnen de arbeidersbeweging, waaronder de strijd voor de nationalisatie van de wapenindustrie en de grote wapenproducenten in elk land, waarbij deze onder arbeiderscontrole en -beheer worden gebracht; en de bescherming van de banen, lonen en vaardigheden van arbeiders in de wapenindustrie tijdens een geplande, door arbeiders geleide overgang naar maatschappelijk nuttige productie. We steunen ook de strijd voor vakbondsrechten voor soldaten, waaronder het recht om zich te organiseren, vertegenwoordigers te kiezen, collectief te onderhandelen en te weigeren deel te nemen aan repressie tegen arbeiders en onderdrukte gemeenschappen, of aan imperialistische avonturen en oorlogen tegen burgers.
iii | Strijd voor leiding van de werkende klasse over alle onderdrukten
De door klassen verdeelde kapitalistische samenleving onderdrukt onvermijdelijk sociale groepen en lagen buiten de werkende klasse, bijvoorbeeld hele volkeren, waaronder inheemse volkeren of ‘first nations’, en andere sociale klassen zoals kleine boeren of boeren in neokoloniale landen. Zoals we echter hebben uitgelegd, is de werkende klasse de kracht die in staat is het kapitalisme te beëindigen, wat een voorwaarde is voor het beëindigen van onderdrukking.
Onderdrukte volkeren en het recht op zelfbeschikking
Marxisten verzetten zich tegen alle vormen van nationale, etnische en religieuze onderdrukking en staan volledig achter volledige rechten voor alle nationale en etnische minderheden en inheemse ‘eerste volkeren’. Dit omvat het recht op zelfbeschikking voor naties, inclusief het recht om een onafhankelijke natiestaat te vormen waar dat gewenst is. Eenheid van de werkende klasse zal niet tot stand komen op basis van de werkende klasse van de ene natie die samenwerkt met haar ‘eigen’ heersende klasse bij de nationale onderdrukking van de werkende klasse van een andere natie. Het CWI strijdt voor een onafhankelijk klassenprogramma in de nationale bevrijdingsstrijd. Dit betekent geen steun voor burgerlijke en kleinburgerlijke pro-kapitalistische nationalistische krachten en het strijden voor leiderschap van de werkende klasse in nationale bevrijdingsstrijd. De werkende klasse moet zich aan het hoofd van de strijd van onderdrukte naties plaatsen en de strijd koppelen aan het klassenkarakter van de toekomstige bevrijde natie.
Kleine en zelfvoorzienende boeren
Vooral in de neokoloniale landen worden kleine en zelfvoorzienende boeren en landarbeiders geconfronteerd met armoede, landloosheid en schulden. Landmonopolies, de agro-industrie en het financieel kapitaal domineren de landbouw en bepalen de prijzen van gewassen, landbouwgrondstoffen en de handelsvoorwaarden voor de verkoop van producten en vee op de wereldmarkt.
Deze verspreide sociale lagen, die geïsoleerde economische activiteiten ontplooien, hebben echter geen andere keuze dan voor politiek leiderschap te kijken naar ofwel de kapitalistische klasse, ofwel de werkende klasse. Het CWI strijdt voor arbeidersleiderschap van de onderdrukte kleine en zelfvoorzienende boeren, en voert een strijd voor de onteigening van de grootgrondbezitters en de kapitalistische agro-industrie, de verdeling van het land onder de landlozen en steun en kwijtschelding van schulden voor kleine en zelfvoorzienende boeren.
Conclusie
De eerste poging om een arbeidersstaat te stichten vond plaats tijdens de Parijse Commune van 1871, die op brute wijze door de contrarevolutie werd neergeslagen. Sindsdien kent de klassenstrijd ups en downs. Revolutie en contrarevolutie hebben met elkaar geworsteld. De werkende klasse heeft met de Russische Revolutie van 1917 bewezen dat zij de politieke macht kan veroveren en heeft sindsdien in vele andere landen op de drempel van de macht gestaan. Maar de werkende klasse is er nog niet in geslaagd de macht te consolideren en te behouden in een democratische arbeidersstaat. Alle tendensen binnen het kapitalisme die de objectieve basis leggen voor een wereldsocialistische samenleving, blijven zich versterken. De wereld is inderdaad overrijp voor het socialisme. Bovenal is de potentiële macht van een nu miljarden sterke en werkelijk mondiale werkende klasse om op te treden als de ‘grafdelvers’ van het kapitalisme nog nooit zo groot geweest. Op basis van de ideeën die in dit document kort zijn geschetst, gelooft het CWI dat we een belangrijke rol kunnen spelen bij het helpen van de werkende klasse om de noodzakelijke massale krachten op te bouwen om de macht te veroveren en het winstsysteem te begraven. Dit zal uitbuiting en onderdrukking voor eens en voor altijd uitbannen en de weg bereiden voor toekomstige generaties om de klassenloze communistische samenleving op te bouwen die door Marx en Engels en alle andere grote marxistische figuren en generaties van arbeidersmilitanten werd voorzien.
[1] Centrisme is een tendens die schommelt tussen revolutie en hervorming. Trotski beschreef centrisme als “revolutionair in woorden en reformistisch in daden”. De aanhangers ervan kunnen de revolutie formeel aanvaarden en revolutionaire retoriek hanteren, maar missen het programma, de duidelijkheid of het vertrouwen om definitief met het kapitalisme te breken. Het is een overgangstendens en een onstabiele politieke tendens.




